Tuesday, July 14, 2015

Op reis naar WO-II


 (english follows dutch: "Traveling towards WW-II")
Vele malen heeft mijn vader mij later verteld hoe hij erbij was geweest: bij de eerste redevoering van Hitler als nieuwe Rijkskanselier in het Sportpalast in Berlijn (10 februari 1933). Hij moet er de argumenten van de brullende man hebben gehoord en de "begeisterung" van de miljoenen toehoorders hebben meegevoeld.
Hans Keilson, de psychoanalyticus en jood die de holocaust in Nederland overleefde,  schreef over zo'n toespraak: "Een kleine, onaanzienlijke man, gegrepen door iets wat sterker was dan hijzelf, praatte alsof hij bezig was zichzelf te wurgen." (Der Tod des Widersachers; 2009 Nederlandse vertaling, Uitgeverij van Gennep).

10 februari 1933, toespraak Hitler in het Sportpalast te Berlijn.
1933, in dit jaar verliet Japan de Volkenbond en werd Soekarno naar Endeh op Flores verbannen. In dit jaar trouwde mijn vader met een Zwitsers meisje, Nelly Marchand, in een klein dorpje aan de Bielersee. Zij reisden vervolgens met de trein naar Napels en vandaar op 15 september met de boot "Poelau Bras" naar Nederlands Indië.
Al vanaf de boot begint zij brieven te schrijven naar haar ouders. In totaal zo'n 300 brieven gedateerd tot februari 1942. Daarna ging zij het Japanse concentratiekamp in. Deze in het frans geschreven brieven zijn na de oorlog teruggevonden in het ouderlijke huis "Le Chalet". Ze zijn in 2014 en '15 door Catherine Marchand uitgetypt.


Catherine Marchand schrijft de ~300 brieven van haar Tante over in haar huis te Biel/Bienne (Zwitserland).

De brieven worden door haar "ge-Post" op haar blog:  
"Java 1933: un blog posthume"
"Ce blog est la transcription des lettres hebdomadaires d'une jeune femme, Nelly, vivant à Java avec son mari, envoyées à sa famille en Suisse. A l'époque elle a écrit cette correspondance sur une machine à écrire portative Hermes, reçue en cadeau de mariage avant leur départ pour les Indes Néerlandaises. Ces lettres s'échelonnent de septembre 1933 à février 1942."

Nelly schrijft hoe de bedienden (djongos) geen hollands kunnen of willen spreken. Ze kan niettemin met hen lachen, ze vindt ze heel aardig, is al gauw niet meer bang voor ze en stelt zich voor dat ze hen straks in haar huis goed opdrachten zal kunnen geven.


Van "De vrienden van Sama Sebo": Semua orang yang ingin untuk berlayar ke Indië harus berbicara Bahasa (Al die willen naar Indië varen moeten wel de taal gaan leren).  Zou ze op de boot ook zo'n handleiding voor "Bahasa Indonesia" gekregen hebben?

Op 1 oktober 1933 passeren ze vlak bij Sabang, een eiland aan de noordpunt van Sumatra, een Hollands passagierschip op de terugweg. Zoals het de gewoonte is passeren de twee schepen elkaar op korte afstand zodat men elkaar kan toewuiven. Zij vraagt zich af wanneer het hún beurt zal zijn om huiswaarts te keren. Het is een vraag die alle passagiers bezig houdt en ook mijn vader schrijft in zijn eerste brief: "Vaak hebben we aan thuis teruggedacht, ... vooral toen we op heel korten afstand een Lloyd boot, de Kota Topan, passeerden, die zich op de thuisreis bevond. Vanzelf komt dan de vraag in je naar boven: wanneer zullen wij eens aan de beurt zijn om de thuisreis te aanvaarden en de onzen op te zoeken....en, wat wacht ons nog alles?"



Brief van vader geschreven op papier van de NV Stoomvaart Maatschappij Nederland: "....wat wacht ons nog alles?"


Travelling towards WW-II

Many times my father had told me later how he had been there: in the Sportpalast in Berlin when Hitler gave his first speech as new Chancellor (February 10, 1933). He must have heard the arguments of the roaring man and must have felt the "begeisterung" in the millions of listeners.
Hans Keilson, the psychoanalyst and jew who survived the Holocaust in the Netherlands, wrote about such a speech: "A small, insignificant man, gripped by something stronger than himself, talked as if he was trying to strangle himself." (Der Tod des Widersachers; 2009 Dutch translation, Publisher van Gennep).
1933, Japan left the League of Nations. This year, my father married a Swiss girl, Nelly Marchand, in a small village on Lake Biel. They then traveled by train to Naples and from there sailed on 15 September with the Poelau Bras to the Dutch East Indies.
Right from the boat she begins to write letters to her parents. In total some 300 letters dated to February 1942. Then she went into a Japanese concentration camp. This french-written letters were found after the war in the parental home "Chalet". They are transcribed in 2014 and '15 by Catherine Marchand.
The letters are being posted on her blog: :  
"Java 1933: un blog posthume"
http://java1933.blogspot.nl/
"Ce blog est la transcription des lettres hebdomadaires d'une jeune femme, Nelly, vivant à Java avec son mari, envoyées à sa famille en Suisse. A l'époque elle a écrit cette correspondance sur une machine à écrire portative Hermes, reçue en cadeau de mariage avant leur départ pour les Indes Néerlandaises. Ces lettres s'échelonnent de septembre 1933 à février 1942."

Nelly writes how the servants (djongos) are not able or willing to speak dutch. She can nevertheless laugh with them, she finds them very nice, is soon no longer afraid of them and imagines that she will soon be able to give them good orders in her house.
On October 1, 1933 they pass near Sabang, an island on the northern tip of Sumatra, a Dutch passenger ship on the way back. As is customary, the two ships pass each other at a short distance so that people can wave at each other. She wonders when it will be their turn to return home. It is a question that occupies all passengers and also my father states in his first letter: "We often thought back to home ... especially when we passed on a very short distance a Lloyd ship, the Kota Topan, that was on its homeward course. Then comes the question: When will it be our turn to take the journey home and visit our families.... and what all awaits us? "

  
Nelly on board of the Poelau Bras.

No comments: